Wij hebben elk jaar een nationale tweetaktdag in Moergestel, maar een maandje later is tegenwoordig ook elk jaar zo’n beetje in juni een nationale tweetaktdag in België. De eerste keer dat ik daar heen ging werd het nog georganiseerd in Beveren aan de IJzer, wat toch zo’n 300 kilometer sturen is vanaf de thuisbasis. Wat daar wel leuk aan was is dat je bijna in Frankrijk zat, dus met de rondrit ben je in de waan dat je op vakantie bent. Sinds een jaar of 2 wordt het echter georganiseerd in Eeklo, wat een stuk dichterbij is. Dit is de vijfde editie.

De eerste keer ging ik alleen en ik verwachte niemand tegen te komen, maar opeens was daar Erik ook met een GT380 en Andy met een GT500. Erik komt nog iets verder uit het Noorden dus die had 330km gereden.
Sindsdien rijden we eigenlijk alle Belgische tweetaktdagen samen. We hebben ook een editie gereden met George, maar die had deze keer andere plannen. Het was dus wederom Erik en ik. Desalniettemin werd deze editie gekenmerkt door een kleine wijziging van plannen.
We gingen met de aanhanger.

Wie ons nog niet kent: Er is eigenlijk maar een ding belangrijk. We gaan met de motor en we komen samen thuis. Dus de aanhanger was eigenlijk godslastering. Maarja. Mijn trouwe GT380 stond in het onderhoud (en de bestelling van onderdelen kwam laat) en het kleine neefje, de tweecilinder T350 had ik nog niet op proefgereden nadat ik er aanpassingen aan had gedaan. Die had nogal last van detonatie dus ik vroeg aan Erik of hij zin had om, indien detonatie plaatsvindt onderweg, op de snelweg met een detonatieveilige, maar nogal gezapig tempo van 70 kilometer per uur te rijden.
Daarop stelde hij voor dat we ook best wel een keer met de aanhanger konden gaan en dat hij wel een adresje daarvoor wist.
En in dat geval dacht ik: Maar dan kan ik ook een keer de kleine Kawa erbij pakken!
De “kleine Kawa” heet hier zo, omdat ik normaal op de Kawasaki Z1000 ben. De kleine Kawa daarentegen is een 250cc twee cilinder tweetakt, die een stuk kleiner oogt. Maar eigenlijk is daar wel altijd wat mee. Een fiets met een humeur dus. Maar als we dan toch met de aanhanger gaan…

Erik had blijkbaar een running gag met de organisatie van de tweetaktdag: Hij zou elk jaar met een andere motor komen. Deze keer was de Suzuki RG250 Walter Wolf aan de beurt.
Dus zo geschiedde, wij met de aanhanger, eigenlijk wel relaxt (laat het niet aan pa weten). De kleine kawa achterop en de RG250 van Erik en zo rijden we een kleine 180 kilometer over de snelweg.

Bij aankomst werden we bij de poort gewezen. Nee, geen ruimte, ergens anders de motoren afladen en hierheen komen. Dat is ook wel logisch, want het is een klein hofje en als iedereen daar met de bus en aanhanger zou parkeren is het zo vol. Dus wij weer een stukje terugrijden naar een mooi parkeerterrein om daar de motoren af te laden. Stoer in ornaat de motor starten en een kleine 800 meter kwamen we met tweetakt gejengel aan. Dit keer een duimpje van de poortwachter en we konden door.
Meteen bij aankomst krijgen we bekijks. De kleine Kawa is daar onbekend, en hoge uitlaatjes zijn altijd leuk om te zien. Dat vinden de Belgen ook. Na wat goede praatjes lopen we naar binnen in het Sparrenhof om ons aan te melden. We krijgen een herinneringsbordje en een bon om koffie te halen. Die werd ook meteen ingezet, en niet door ons alleen want binnen is het vol.


Anders dan de editie van 2025 was het dit keer wel aardig weer. Op dit soort evenementen zie je dat dan altijd aan de opkomst. Het leuke aan een tweetaktdag in België is dat je daar ten eerste ander volk treft waarbij je soms afvraagt “Wablief wa zegge gij?” maar dan blijkt het te gaan om een “schoontje” (een mooie motor dus). Enfin, je komt Honda Camino’s tegen, Ciao’s, Suzuki X3, X4 en X5 (die zie je zelden in Nederland) maar ook andere Belgische brommers zoals een Flandria.
Omdat de aanhanger rond half 7 terug moest zijn bij de eigenaar besloten we ergens rond half 12 het rondje te gaan rijden. Andy, die we de eerste keer ook tegen zijn gekomen, sluit deze keer ook aan met zijn T500. Hij is weer vanuit Zeeland komen rijden (ook aanhangwagen).

Met een goed tempo rijden we door de Belgische straten. Er zijn twee opties met de rit: 50 kilometer rit en een 100 kilometer rit. Wij rijden uiteraard met motoren dus dat moet wel de 100 kilometer rit zijn. Het grappige aan de Belgen is dat als ze een rit uitzetten je opeens zo’n 500 kilometer door het zand moet gaan. Dat hoort dan ook bij de weg…
We stoppen bij een theehuis om even wat te snacken en wat te drinken en daarna vervolgen we de tocht, die lekker genoeg zonder al te veel problemen kon worden afgemaakt. Soms mag het!


Eenmaal teruggekomen blijven we nog even hangen om nog wat te praten en te kijken welke motoren en brommers er nog meer voorbij komen. Niet iedereen maakt de rit dus er zijn altijd wel mensen aanwezig.
Maar uiteindelijk is het toch tijd om te gaan. Erik helpt Andy de T500 op de aanhanger te zetten en uiteindelijk rijd ik ook naar de aanhanger zo’n 800 meter verderop. We sjorren de motoren erop en rijden relaxt naar huis. We hadden zelfs geen file op de ring (wat niet echt een ring is…) bij Antwerpen.
Prima weer gehad, prima rit en een prima dag. Toch hoop ik stiekem dat we een volgende editie weer moeten rijden naar Beveren aan de IJzer voor dat vakantie gevoel… C’est ca.